Een overleg onder vier ogen heet een bila, en bijscholen noem je talent development. Een dossierkast vol Nederlandse woorden is van de kantoorvloer verdwenen. Doe je baas een plezier en maak schone schijn met het werkelijke woord. 

 

Mensen praten raar op kantoor, iedereen weet dat. Zo „sturen we op kwaliteit” in plaats van het beter te doen, „houden we dingen tegen elkaar aan” in plaats van te vragen wat we ervan vinden en informeren we of onze collega’s nog „in hun kracht staan”.

 

In de boeken en column in NRC van Japke Bouma kun je het allemaal lezen. Een nieuwe trend in het gebruik van jeukwoorden die haar laatst op viel, is dat sommige woorden op kantoor helemaal verdwenen zijn. En dan bedoel ik kloeke kantoorwoorden waar niks mis mee was.

 

Neem een woord als vergadering. Of overleg. Prachtige, heldere, Hollandse woorden. Maar die hoor je echt nooit meer op kantoor. In plaats daarvan hebben mensen „meetings”, willen ze „even sparren”, „je in de loop houden” (spreek uit ‘loep’), „je brain picken” of met je „levellen”.

 

Als ze alleen jou willen spreken heet dat trouwens een bila; als er nóg iemand bij komt heet het geen trio maar een trila – je zou bijna vergeten dat het allemaal hetzelfde is als vroeger, namelijk: zittend vergaderen in een zaaltje of staand natuurlijk, staand vergaderen. Dat heet nu „stand-up”. In de politiek heet een (linkse) staande vergadering overigens ‘meet-up’. En daar komen ineens een stuk meer mensen op af dan op een ledendag.

 

Maar ook gouwe ouwe kantoorwoorden als „klant”, „cursus”, „heidag” en „tijdsplanning” hoor je nooit meer op kantoor. In plaats daarvan is er „customer”, „training”, „offsite” en „window” of erger: „roadmap”. Want dat gebeurt er meestal met duidelijke Nederlandse kantoorwoorden: ze worden vervangen door een Engels woord. Neem good old personeelszaken. Daar werkt echt niemand meer. Die zitten nu allemaal bij „human resources”. En ze zijn niet meer bezig met bijscholing en nascholing, nee, dat heet nu „talent development”.

 

Zelfs koffie heet nu anders – koffie drinkt echt niemand meer. Dat is een „cafeïnebreak” geworden die je overigens niet meer bij de koffieautomaat nuttigt, maar in de „pantry”. Ik heb zelfs al een saaie kantine horen langskomen die tegenwoordig „in-company foodcourt” heet. Om het te vieren hebben ze nieuwe papieren placemats gekregen.

 

Is het erg dat al die Nederlandse woorden verdwenen zijn? Wat Bouma wel weet, is dat het door al die Engelse woorden wel een stuk minder ellendig klinkt op kantoor. Zo is niemand meer overspannen, maar hebben ze een „burn-out”, hoef je je bureau niet meer op te ruimen, maar is er de „clean desk policy” en heet dat saaie bureau sowieso geen bureau meer, maar een „workstation”.

 

Er zijn ook geen functioneringsgesprekken meer, heerlijk! Die heten „performancedialogen”. Je hoeft je ook niet meer in te spannen, dat heet „commitment” en je hebt geen doelen meer nodig – die noem je gewoon „targets” en klaar ben je. O ja, en kritiek. Boeien. Dat heet „feedback” en is dus prima om te krijgen.

 

Jammer is wél, dat ook het woord ‘idee’ is verdwenen van kantoor. Dat heet tegenwoordig „input” – ideeën heeft echt niemand meer op kantoor.

 

Misschien moeten we daar binnenkort weer eens een nieuwe tribe op laten kickstarter.